Zorg op schoolweb24.JPG

We streven ernaar, dat iedere leerling zich ononderbroken kan ontwikkelen
en ontplooien. Omdat we te maken hebben met verschillen, moet het onderwijsleerproces zo ingericht worden, dat dit ook mogelijk is. Leerkrachten moeten leerlingen goed kennen en goed volgen in hun ontwikkelproces en waar nodig zorg en begeleiding bieden. Daar waar nodig volgt zorg en begeleiding. Deze zorg kan gericht zijn op leerlingen die wat minder kunnen, maar ook op leerlingen die wat meer kunnen.

Het zorgsysteem op onze school is in een viertal fasen te verdelen.

  • Signaleren en opsporen van zorgleerlingen
  • Diagnosticeren en doen van nader onderzoek
  • Speciale begeleiding
  • Evalueren

1. Signaleren en opsporen van zorgleerlingen

Door middel van observaties, methodegebonden toetsen en toetsen die afgenomen worden volgens een vaststaand rooster worden problemen gesignaleerd. We gebruiken zowel methode als niet methodegebonden toetsen. De resultaten van de Cito-toetsen worden door de groepsleerkracht en intern begeleider besproken, zodat er een goed beeld is van de vorderingen van iedere leerling. Ze maken afspraken over vervolgonderzoeken of extra hulp als een leerling dat nodig heeft.

Als onafhankelijke toetsen gebruiken wij vooral Cito toetsen. Ze zijn niet gebonden aan de methoden en werkwijze van de school. De uitslagen worden uitgedrukt in letters met een betekenis:
I  zeer goed
II  goed
III  voldoende
IV  matig
V  zwak

2. Diagnosticeren en doen van nader onderzoek

Na de signalering van zorg wordt overgegaan tot diagnosticeren door de intern begeleider of tutor. Samen met de leerkracht wordt indien nodig een handelingsplan opgesteld.

3. Speciale begeleiding

Het opgestelde handelingsplan wordt door de eigen leerkracht uitgevoerd met de mogelijkheid om ondersteuning van de IB-er/tutor in te schakelen. Zowel de leerkracht als de IB-er/tutor registeert de gedane activiteiten en de bevindingen. Ouders/verzorgers worden hier altijd bij betrokken. Het handelingsplan wordt met hen besproken voordat ze het ondertekenen en na een vastgestelde periode worden de resultaten samen evalueert.

4. Evalueren

Het moment van evalueren wordt vastgelegd in het handelingsplan. Er is dan overleg over bijstelling of afsluiting van het plan. Mocht verdere hulp niet meer noodzakelijk zijn dan worden de gegevens toegevoegd aan het leerlingendossier. Als er sprake is van herhaalde uitval of een blijvend vertraagd verlopende leerontwikkeling wordt er externe hulp ingeschakeld. Op grond van nader diagnostisch onderzoek kan de conclusie zijn dat langere termijn aanpassingen in het programma noodzakelijk zijn, zoals een tweede leerweg of een eigen ontwikkelingsprofiel. Dit is een alternatief programma waarin leerdoelen worden beperkt in aantal en niveau. Het groepsniveau wordt los gelaten en het kind krijgt een lesprogramma geheel op eigen niveau. Net als bij de andere leerlingen wordt ook bij deze leerlingen aan de hand van niet - methodegebonden toetsen nagegaan of de gestelde doelen worden gehaald. Deze toetsen sluiten aan bij het niveau van de leerling en zullen afwijken van de toetsen voor de groep waarin het kind zit.